Als vader Gijsbrecht door een klap ven de molen is gestorven erft Kloris, de oudste zoon, de molen, Boris de ezel en Floris de kat. Terwijl Floris nog treurig is over zijn magere erfdeel begint de kat te spreken en belooft van zijn nieuwe meester een rijk man te maken. Koning Gortepap, die dol is op patrijs, is wanhopig omdat het maar niemand lukt er eentje te vangen. 

De kat, die inmiddels van zijn meester een mooi pak en een paar laarzen heeft gekregen, is dat ter ore gekomen en vangt moeiteloos een patrijs voor de koning, zeggende dat zijn meester "De Markies van Karabas" die heeft gevangen. De trouwlustige prinses Brinta en de koning zijn erg benieuwd naar die markies en gaan samen in de koets op zoek. Via listen laat de kat een struikrover de kleren van de markies stelen, die hij in een plas van twee libellen laat zwemmen. Als de koets langs komt neemt de koning de naakte markies mee naar zijn paleis om hem daar in deftige kleren te steken. De koning is nu wel benieuwd naar het kasteel van de markies en de kat gaat vast vooruit om de reus Bombari uit te schakelen zodat Floris en Brinta samen in zijn kasteel gelukkig kunnen worden.