Het eigenwijze en dwarse prinsesje Rosa ontsnapt uit haar torenkamertje omdat zij niet wil trouwen met de schone slome prins Pauw. In het bos ontmoet zij een draak die trek heeft in een lekker toetje. 

De draak, die buikpijn heeft van alle zwaarden en harnassen afkomstig uit zijn hoofdmaaltijd, wordt uiteindelijk geholpen door de prinses. 

In een gevecht tussen de draak en de prins verliest de draak het omdat hij zo verliefd op de prinses is geworden dat zijn vlammetje in zijn hart blijft steken. Uiteindelijk wordt de draak met hulp van de kinderen in de zaal gered door het feetje. De prinses wil graag trouwen met de draak en de prins ziet zijn schone stralend witte paard meer zitten dan het vieze eigenwijze prinsesje. De koning, die heel erg van gebak houdt, wil hier niets van weten, maar gaat om als de draak de beste taartenbakker van de wereld blijkt te zijn.