Met een grote tas vol gekleurde kleine en grotere doeken kom ik het lokaal binnen.
Daarmee laat ik de leerlingen improviserend spelen en breng hen de basisvaardigheden van spelen bij.
 
Hoe zit een scene in elkaar? Waar liggen aandachtspunten? Hoe werk je samen met de ander?
Welke effecten kun je inzetten (slow motion, flashbacks, vertellersrol).
Hoe kondig je een scene aan? Hoe neem je applaus in ontvangst? 

Als eindopdracht maakt ieder groepje een scene waarin het doek een aandeel heeft.
De scenes worden aan elkaar gepresenteerd.
Na afloop geef ik spel-en regie aanwijzingen, om de scene nog eens te spelen en het geleerde meteen toe te passen !

Zowel de rol van speler als van publiek komt aan bod.
Een ieder is constant aan het spelen in de rol van speler/acteur of in de rol van publiek.