Olivier en Matz worden de allerbeste vrienden. Oervrienden, zoals ze zelf zeggen. Ze besluiten samen op zoek te gaan naar ‘daar waar alles vandaan komt’ (overigens zonder dat hun ouders daar iets van af wisten, die daarom van wanhoop zijn gestorven, maar dit terzijde). De zoektocht die zij maken, brengt hen tot aan het randje van de wereld en nog veel verder dan dat. Ze raken verstrikt in vreselijk akelige toestanden, zoals die keer dat ze gevangen zaten in het Web van Tijd. Ze maken ook gezelligere dingen mee, met bijvoorbeeld het monster dat niet meer precies wist wie hij was en de mysterieuze Albatros.

Totdat de vriendschap, die nooit kapot kon, breekt. En dat doet verschrikkelijke pijn. Overigens staat het vrouwtje dat dit alles – wat natuurlijk echt gebeurd is – tot in het smeuïgste detail vertelt, daar ook niet zomaar toevallig...
“De term ‘kindercabaret’ mag dan nog niet zo lang bestaan, maar Esther de Koning blinkt er in uit.” (De Volkskrant)

“…de manier waarop Esther de Koning speelt, is om je vingers bij af te likken. (…) Zo’n brok energiek verteltheater, zo speels, zo puur. Heerlijk toch!?.” (Tuur Devens, Theatermaggezien.be)