In Harnas laten zeven mannelijke dansers de ontwikkeling zien van jongen tot man en de worstelingen die daarbij komen kijken. Voor jongens is de schooltijd niet altijd een makkelijke; ze moeten hun neiging onderdrukken te rennen en te bewegen, steeds maar stilzitten en praten, iets wat meisjes op die leeftijd gemakkelijker afgaat maar wat bij jongens lijkt in te druisen tegen hun natuur. In Harnas laten de dansers zien hoe zij zich door die periode hebben heengeslagen.
In het eerste deel, het groepsgedeelte, testen de zeven dansers elkaars kracht en behendigheid, terwijl ze hun onzekerheden verbergen om stoer en sterk over te komen. Hoe handhaaf je je op school, tussen al die meisjes? Hoe ga je om met de pikorde in de groep? Wat doe je als je het onderspit delft? De zeven jongens vechten ieder voor zich om overeind te blijven tussen alle testosteron, waartegen de vriendschap niet altijd bestand is.
In het tweede deel ziet het publiek deze zelfde dansers in kwetsbare solo’s als een heel ander persoon, iemand die zich niet groot hoeft te houden. Deze solo’s worden voor elke danser op maat gemaakt op basis van zijn eigen persoonlijke verhaal.