De oude tovenaar Prospero staart over het water. Ooit was hij de machtige hertog van Milaan, tot hij door zijn eigen broer Antonio werd verbannen, naar een onherbergzaam eiland ver van stad en land. Hier leeft hij met zijn dochter Miranda, luchtgeest Ariël en zijn enige onderdaan, Calibaan het duivelskind. Tot op een dag het schip van zijn broer langs vaart. Een vreselijke storm steekt op in zijn hoofd. Vanuit het niets wordt de zee wild en woest, de lucht gitzwart. Het schip verdwijnt tussen huizenhoge golven. De opvarenden spoelen aan op een doodstil strand. Geen van hen weet dat zij overgeleverd zijn aan Prospero. Ook Antonio niet…
Wat volgt, is een tocht vol wonderen en tovenarij over een magisch eiland waar niets is wat het lijkt. Een reis waarin Miranda voor het eerst de liefde ontdekt, de schipbreukelingen verward ronddolen en Prospero wraak neemt én vergeving schenkt.