“Hoor je dat? Dat zijn mijn botten die kraken. Daarom noemen ze me de oude Kraak. Van binnen ben ik nog steeds een jongetje. Vind je dat moeilijk te geloven? Het liefst zou ik de boom in klimmen, de juffrouw pesten en limonade drinken. Maar mijn rimpels verraden me. Ik ben een hele oude eenzame Kraak…”.Het regent. Kraak, een verschrikkelijk oude man, zit in zijn huisje gemaakt van instrumenten te denken aan het leven dat hij ooit had met zijn vrouwtje. Ze is er niet meer. Kraak maakt muziek over zijn liefde. Hoe zong haar stem ook alweer? Hoe aaiden haar handen? Soms lijkt het even alsof zijn vrouwtje met hem meezingt. Ondertussen stroomt de regen gewoon naar binnen. Het water staat steeds hoger in het huisje.