De zevenjarige Brammetje Baas denkt veel na over de wereld om hem heen. Hij heeft ontzettend veel zin om na de zomervakantie weer naar school te gaan. Maar dan komt hij bij de strenge meester Vis in de klas. De rechtlijnige meester Vis heeft geen oog voor de binnen wereld van het bewegelijke ongeconcentreerde jongetje en zet alles op alles om Brammetje in de pas te laten lopen. De ouders van Brammetje worstelen met de vraag in hoeverre zij van hun zoontje moeten verlangen dat hij zich aanpast zonder doodongelukkig te worden.