Hoe maak je een gedicht?
Wat kun je er allemaal in zeggen?
En wanneer is het klaar?
‘Als het niet verder wil’, zei dichter Eva Gerlach ooit.
 
Kinderen zijn vaak goeie dichters: ze durven van alles en ze voelen zich vrij om te spelen met woorden en letters. Maar wat is een triolet? Een rondeel? Een acrostichon, een een-twee-drietje, een vijfje, een zevenaar, een woordenstapel?
Zijn je leerlingen helemaal niet dol op taalles? Maar wel creatief en grappig in hun taaluitingen? Denk je regelmatig: hoe bevorder ik hun lol in schrijven en lezen? Vind je dat de huidige taalmethodes en stelopdrachten vaak te eenzijdig gericht zijn op cognitief denken?
Zou je je leerlingen zielsgraag bijbrengen hoe lezen en schrijven niet alleen leuk is maar ook broodnodig en onontbeerlijk voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling? Wil je ze dolgraag creatief laten schrijven maar weet je niet goed hoe?
Voor kinderen uit groepen 4, 5 en 6 geeft (stads)dichter en kinderboekenschrijfster Margreet Schouwenaar de workshop ER ZIJN MEER WOORDEN DAN JE DENKT