Ridder Jan de Baenst III staat imposant in zijn 15e eeuwse plaatstalen harnas voor de klas. Hij vertelt gedreven over het fenomeen van de ridderschap door de eeuwen heen en gaat hierbij in op zowel realiteit als fictie. Hedendaagse mythes worden ontkracht en de ridder, en hoe hij écht geweest moet zijn, komt tot leven. Er wordt ingegaan op zijn triomfen in het steekspel, zijn blinkende wapenuitrusting, zijn nobele idealen, zijn plichten en zijn rechten. Ook de dagelijkse bezigheden van zo’n vermogend heerschap komen aan bod. Vanzelfsprekend krijgen de kinderen de gelegenheid om vragen te stellen.