Sneeuwwitje, het prinsesje met de gitzwarte haren, de vuurrode lippen en het sneeuwwitte huidje, wordt door haar stiefmoeder het bos in gestuurd met de jager, maar die krijgt het niet over zijn hart haar te doden. Ze vlucht zo snel ze kan en rent het donkere bos in. Dan komt ze terecht bij zeven dwergen; lieve, rumoerige, een beetje stinkende kleine mannetjes die haar graag in hun huis willen opnemen. Maar haar stiefmoeder komt er achter dat ze nog leeft en probeert haar weer te pakken. Gelukkig komt haar vriendje Alfred, de keukenhulp, achter het plan van de koningin. Maar is hij op tijd om Sneeuwwitje te redden?

Een kolderieke en af en toe serieuze voorstelling over een oud sprookje, met doldwaze verwijzingen naar onze eigen tijd waarin schoonheidsidealen veranderen, verscherpen. Waarin we vaak meer kijken naar uiterlijk en presentatie dan naar de inhoud. Waarin soms ook kinderen moeten voldoen aan een barbie-schoonheidsideaal, met merkkleding, haarstijlen, schoenen waardoor je erbij hoort. De stiefmoeder van Sneeuwwitje gaat zich te buiten aan botox, siliconen, aan hulpmiddeltjes en toverkracht om maar de allermooiste te kunnen blijven.
Maar Sneeuwwitje wil alleen maar spelen met haar vriendje Alfred, vies worden bij het taarten bakken, in bomen klimmen. Ze staat voor het kind dat zichzelf wil blijven, zich niet conformeert, gewoon lekker wil kliederen en springen, het liefst met Alfred, die in de keuken werkt.
Het decor is kleurrijk, maar eenvoudig in breedte en diepte aan te passen. Twee grote speeltafels vormen het oppervlak waarop en waar omheen met de poppen gespeeld wordt. Twee kapstokken vormen de plekken waar alle poppen en attributen vandaan komen. Zo kan de voorstelling overal staan, op school, in een kleine zaal of in een middelgrote zaal, voor maximaal 300 toeschouwers.