UINH_VikingenopWieringen.jpg
De Vroege Middeleeuwen waren duistere tijden. Niet alleen was er eerst, in de 7e en 8e eeuw, de strijd tussen de Friezen en de Franken en later, na de dood van Lodewijk de Vrome in de 9e eeuw tussen de Frankische koningen onderling, maar er waren ook nog kapers op de kust: de Noormannen.
Afkomstig uit Noorwegen, Zweden en vooral Denemarken begonnen ze vanaf het eind van de 8e eeuw hun handelstochten in West-Europa uit te breiden met rooftochten. De Noormannen hadden daar zelfs een werkwoord voor : vikingr, op avontuur gaan! De Karolingische renaissance had voor een grote rijkdom in het Frankische rijk gezorgd en doordat het Frankische koningshuis in een onderlinge machtsstrijd verwikkeld was lag het kustgebied onverdedigd en uitnodigend te wachten op de Noormannen.
Er was een scala aan redenen waarom de Noormannen - of Vikingen - op rooftocht gingen. Allereerst waren er de sociale verhoudingen in de Skandinavische streken. Nog niet gekerstend hield men daar vast aan de oude heidense gebruiken en normen. De Skandinavische heidense cultuur was krijgshaftig van aard. Om aanzien en macht te hebben moest men kunnen bogen op heldendaden en kostbaarheden bezitten. Die kostbaarheden werden gebruikt als geschenken waarmee een hoofdman mannen aan zich kon verplichten.
Verder was er een grote bevolkingsaanwas door een klimaatsverandering. De Noorse bevolking groeide harder dan het land kon huisvesten, en door de overvloedige oogsten ontstond een weldoorvoed, groot en sterk volk, dat op de minder fortuinlijke zuiderlijke Franken een grote indruk moet hebben gemaakt.
Vaak waren het de jongere telgen uit adellijke geslachten die buiten de erfenis waren gevallen en nu probeerden in den vreemde voldoende kapitaal te vergaren om een legertje te kunnen onderhouden. Hiermee konden ze dan hun claims op het erfgoed kracht bijzetten en hun maatschappelijke positie verbeteren.
Gedwongen door de bevolkingsdruk in hun eigen land trokken de Noormannen er op uit. Zij vestigden zich op vele plaatsen buiten Skandinaviƫ, met name op de Britse Eilanden. Ook in de Lage Landen, toentertijd bekend als Frisia, lijken ze een Noormannenrijk te hebben willen stichten. Vanaf ca. 840 dwongen de Denen Harald, Rorik en Godfried (de Zeekoning) de Frankische koningen grote gebieden af.
Tot 885, toen Godfried werd vermoord, hadden de Noormannen vrijwel geheel Frisia in handen. Het lijkt erop dat ze nadien hun aandacht vestigden op makkelijker te koloniseren gebieden zoals Engeland en Normandiƫ waar het land niet voornamelijk uit laagveenmoerassen bestond. Ook was Frisia compleet murw gebeukt door het Viking-geweld, alles van waarde was geroofd. Hoewel er toen een eind kwam aan hun politieke invloed, zouden de Noormannen nog ruim een eeuw lang de Lage Landen teisteren met hun strooptochten.